www.corpuscallosummethode.com

www.ccmethode.com

Testjes

nieuwetijdskinderen, beelddenken, adhd, dyslexie, leerproblemen, NLD, autisme, PDD-NOS, overgevoeligheid, te veel fantasie, te weinig fantasie, faalangst, bedplassen, motorische problemen, concentratieproblemen, gespannenheid, oorontstekingen, lui oog, bijziendheid, verziendheid, fixatie deviatie


LATERALISATIETESTJES (vanaf ongeveer 6 jaar)

Bij test II en III wordt gesprongen. Spring zo ontspannen mogelijk. Start en spring zonder erbij na te denken.

TEST I - Positie innemen

-   Ga staan met een been naar voren en een been naar achteren.
-   Strek dan een arm naar voren en een arm naar achteren.

    Hoe sta je nu
a. Arm en been aan dezelfde kant zijn naar voren: je staat in telgangpositie.
   
Conclusie ► Je bent waarschijnlijk (nog) niet goed gelateraliseerd.
-   Verwissel de positie van de armen, blijf zo staan en ga door naar de volgende test.

b. De arm aan de kant van het voorste been is naar achteren en de andere arm is naar
     voren: je staat in kruisgangpositie.
   
Conclusie ► Waarschijnlijk ben je goed gelateraliseerd.
-    Blijf in deze positie staan en ga door naar de volgende test.

TEST II - Wisselsprong met klaarstaan in kruisgangpositie

-   Spring op en wissel in de sprong de positie van armen en benen: wat naar voren was,
    gaat naar achter en andersom.
    Spring zo door. Wanneer je de 5e keer bent neergekomen, blijf je staan zoals je
    neerkwam.

    Hoe sta je nu
a. Arm en been aan dezelfde kant zijn naar voren: je staat in telgangpositie.
    Conclusie ►Je bent niet goed gelateraliseerd.
    De samenwerking van de hersenhelften is onvoldoende. Hoezeer dit je belemmert in je
    fuctioneren hangt van meerdere factoren af.
-    De volgende test hoef je niet te doen.

b. De arm aan de kant van het voorste been is naar achteren en de andere arm is naar voren: je
    staat in kruisgangpositie.
    Conclusie ► Waarschijnlijk ben je goed gelateraliseerd.
-   Ga door naar de volgende test.

TEST III - Wisselsprong zonder klaarstaan

-   Ga staan met je voeten naast elkaar en de armen naar beneden.
    Spring op en kom neer met een been naar voren, een been naar achteren, een arm naar
    voren en een arm naar achteren.
    Spring door terwijl je de positie van armen en benen in de sprong wisselt.
    Wanneer je de 5e keer bent neergekomen, blijf je staan zoals je neerkwam.

Hoe sta je nu
a. Je staat in telgangpositie.
    Conclusie ► Er gaat nog wel eens wat mis met de samenwerking tussen de hersenhelften.
    Hoezeer dit je belemmert in je fuctioneren hangt van meerdere factoren af.
    In het gunstigste geval geeft het alleen problemen wanneer je onder spanning functioneert.

b. Je staat in kruisgangpositie.
   Conclusie ► Je bent volledig gelateraliseerd.


Waarschuwing: gebruik deze sprong alleen als test.
Zeker bij kinderen heeft het geen zin deze beweging te oefenen zonder dat je het programma dat eraan vooraf gaat, hebt gedaan. Je verkrijgt op die manier slechts schijnresultaten.

Eindconclusie

a. Wanneer deze testjes uitwijzen dat je niet (volledig) gelateraliseerd bent, is de kans groot dat het     functioneren meer stress geeft en inspanning kost dan nodig is. Dit kan tot leerproblemen of tot     problemen op visueel, sociaal of emotioneel gebied leiden, maar dit hoeft niet. Of je problemen     ervaart hangt ondermeer af van je vermogen tot compensatie. De oefeningen van de CCMethode     kunnen je helpen om in veel opzichten beter en meer ontspannen te functioneren.

b. Wanneer deze testjes uitwijzen dat je wel volledig gelateraliseerd bent, is de motorische
    ontwikkeling goed verlopen en zijn je hersenhelften normaal gesproken goed in staat tot
    samenwerken. Er zijn nog factoren die voor problemen kunnen zorgen.

    Ook bij een goed verlopen motorische ontwikkeling (volledige lateralisatie) kan er een probleem     met de hersensamenwerking zijn

Wanneer er problemen met de hersensamenwerking zijn terwijl het kind volledig gelateraliseerd is, kan de oorzaak liggen in een of meer van de volgende factoren:

I    Aanleg en karakter
II   Opvoedingsklimaat
III  Omgeving

Ten gevolge van een van bovenstaande factoren kan het zijn dat het kind meer informatie op emotioneel en/of cognitief vlak krijgt aangeboden dan het kan verwerken, ondanks de normaal gesproken, goede hersensamenwerking.
Dit veroorzaakt stress en in veel gevallen wordt een hersenhelft te actief in een poging de situatie onder controle te krijgen, hetgeen het evenwicht tussen de hersenhelften verstoort.
Deze verstoring kan leiden tot problemen op lichamelijk, cognitief, sociaal of emotioneel gebied.

We spreken dan niet van een ontwikkelingsprobleem, maar van een functioneel probleem.

In veel gevallen kan het ontstaan van een lui oog of steeds terugkerende oorontstekingen gezien worden als functionele problemen.

Vaak kan het kind ook in het geval van een functioneel probleem beter gaan functioneren met behulp van de oefeningen van de Corpus Callosum Methode. De oefeningen stimuleren beide hersenhelften, zodat een eventuele onbalans verdwijnt en het kind een stressvolle situatie beter kan hanteren. Ook helpen de oefeningen op zich de opgehoopte stress af te voeren, waardoor de functionele problemen verminderen of verdwijnen.


©2007 C.M. Hulsman-Krul